Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger houdt het project in bedrijf in de gemeente of in het deel van de gemeente ar het tot stand is gebracht. 2.. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijke melding aan Gedeputeerde Staten van elk voornemen om van het project deel uitmakende grond, bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting af te stoten of buiten gebruik te stellen. Artikel 8 van deze regeling blijft hiertoe gedurende de instandhoudingstermijn van kracht. 3.. De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden tot vijf jaar na het tijdstip waarop het project is voltooid. 4.. Bij niet voldoen aan het bepaalde in het eerste tot en met derde lid kan de subsidievaststelling worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd overeenkomstig artikel 4:49 van de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel