1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan door of namens een belanghebbende schriftelijk worden ingediend bij het college.
2. Als een maatwerkvoorziening in natura niet passend wordt geacht, kunnen de jeugdige of zijn ouders in de aanvraag vermelden een persoonsgebonden budget te wensen. Daarbij geven de jeugdige of zijn ouders in ieder geval aan:
a. de te treffen maatwerkvoorziening en het beoogde doel,
b. de voorgenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en kosten,
c. de kwalificaties van de uitvoerder, en
d. een motivering waarom het aanbod van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder (zorg in natura) niet passend is naar het oordeel van de jeugdige of zijn ouders
3. Indien jeugdhulp wordt ingezet na verwijzing als bedoeld in artikel 6 lid 4 of in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering, kan door of namens de jeugdige of zijn ouders een aanvraag voor een persoonsgebonden budget worden ingediend als het natura-aanbod niet passend wordt geacht. Bij die aanvraag moet in ieder geval worden aangegeven:
a. de voorgenomen uitvoering inclusief uitvoerder en kosten,
b. de kwalificaties van de uitvoerder, en
c. een motivering waarom het aanbod van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder (zorg in natura) niet passend is naar het oordeel van de jeugdige of zijn ouders.
4. Als de jeugdhulp betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoeft de aanvraag de instemming van de jeugdige of zijn ouders waarop de aanvraag betrekking heeft.
Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige:
a. die jonger is dan 12 jaren, of;
b. die ouder is dan 12 jaren en niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake,
dan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger.
6. Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige die de leeftijd van 12 maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de instemming van zowel de minderjarige als de wettelijke vertegenwoordiger, mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan zal het college de aanvraag toch in behandeling nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, alsmede indien de minderjarige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen.
7. Degenen die een aanvraag indienen voor een maatwerkvoorziening, verstrekken het college in ieder geval een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
8. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de aanvraag van een maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 5.
Aanvraag
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Venray 2018