Algemene voorwaarden
Het dient te gaan om een woonbestemming (woning, tuin, erf).
Het geldt voor alle woonbestemmingen zowel binnen als buiten de bebouwde kom (Wegenwet is leidend). Voor woningen buiten de bebouwde kom gelden aanvullende/afwijkende regels. Deze staan separaat benoemd achter de betreffende beleidsregel.
Splitsing van monumentale panden en woningen/appartementen in een Beschermd Dorpsgezicht is alleen toegestaan als het belang van het monument dan wel het beschermd dorpsgezicht dit toelaat en uitsluitend als er een positief advies is van de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit en in voorkomende gevallen de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of de Provincie Noord-Holland, afdeling monumenten.
De nieuwe parkeersituatie dient te voldoen aan de ‘Notitie Ruimtelijk Parkeerbeleid 2009’ (of in de toekomst een recentere versie).
De overige voorwaarden genoemd in de diverse bestemmingsplannen (bijvoorbeeld hoogte, diepte, oppervlak van aan-, uit- en bijgebouwen) blijven onverminderd van kracht.
De splitsing dient te voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening zoals die op dat moment gelden. Ook dient rekening gehouden te worden met de Wet Milieubeheer (in het kader van nabijheid van bedrijven) en de Wet Geluidhinder (in het kader van wegverkeerslawaai).
Algemene voorwaarden voor het splitsen van grondgebonden woningen
De splitsing van de grondgebonden woning mag zowel grondgebonden woningen als wel gestapelde woningen (appartementen) opleveren.
De regeling is enkel bedoeld voor vrijstaande woningen.
Het moet gaan om splitsing van het hoofdgebouw.
Stedenbouwkundig moet de splitsing passen in het straatbeeld. Buiten de bebouwde kom geldt maatwerk aangezien daar (vaak) sprake is van een andere stedenbouwkundige opzet.
Voorwaarden voor het splitsen van grondgebonden woningen in grondgebonden woningen
De woning dient vóór de splitsing minimaal 500m3 te zijn en na de splitsing dienen de woningen een grootte te hebben van minimaal 250m3.
Het perceel dient voor splitsing een minimale perceelsgrootte van 500m2 te hebben.
Na splitsing dient per nieuw bouwperceel het bebouwingspercentage niet hoger te zijn dan 40%.
De splitsing van het perceel dient te leiden tot een logische dan wel evenredige verkaveling. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse erfgrens dient minimaal 1m te bedragen. Buiten de bebouwde kom mag dit minder zijn als er geen woning/erf/tuin naast is gelegen (maatwerk).
Voorwaarden voor het splitsen van grondgebonden woningen in gestapelde woningbouw (appartementen)
Het hoofdgebouw dient op minimaal 3m van de zijdelingse perceelsgrens af te liggen en 10m van de achtererfgrens. Buiten de bebouwde kom mag dit minder zijn als er geen woning/erf/tuin naast/achter is gelegen (maatwerk).
Er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bijgebouwen dan wel het aantal vierkante meter die reeds planologisch maximaal is toegestaan.
De overgebleven woningen dienen in de nieuwe situatie minstens een grootte van 50m2 te hebben.
Voorwaarden voor het splitsen van appartementen
Appartementen mogen gesplitst worden als het huidige appartement groter is dan 200m2. Na splitsing dienen de appartementen minimaal een oppervlak te hebben van 50m2.
Een extra berging dient in principe intern te worden opgelost.