Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Reikwijdte beleid

Onderdeel van Herziene Splitsingsbeleid Gemeente Bergen

Om vast te stellen waar dit beleid zich op toe spitst dient eerst omschreven te worden wat onder woningsplitsing wordt verstaan. Ook wordt in onderstaande paragraaf aangegeven wat wel en wat niet onder het beleid valt. Bij woningsplitsing is er sprake van een tweede woning die zelfstandig en permanent wordt bewoond door een afzonderlijk huishouden een en ander binnen de reeds bestaande woning. Dit geldt voor zowel koop- als huurwoningen. Onderscheid kan worden gemaakt in woningsplitsing en inwoning. Van inwoning is sprake als er een gemeenschappelijk huishouden wordt gevoerd en de verblijfsruimten gemeenschappelijk worden gebruikt. Andere aspecten zijn dat er sprake is van één telefoonaansluiting, één nutsaansluiting, e.d. Een voorbeeld is een pand met een in- of uitbreiding in de vorm van een woonruimte met beperkte voorzieningen. Daarbij wordt deels gezamenlijk gebruik gemaakt van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld het delen van entree, douche, keuken). Uitgangspunt is dat geen tweede woning mag ontstaan. Inwoning is passend binnen de woonbestemming en speelt daarom geen rol in dit beleid. Een bijzondere vorm is mantelzorg. Mantelzorg is het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is. Wel is daarvoor een indicatie nodig van een specialist. Voor het bieden van zorg is in vele gevallen een extra woonruimte gewenst. Deze ruimte kan permanent gerealiseerd worden door woningsplitsing of inwoning. Aangezien dit zo’n apart geval is (door de duidelijke zorgverhouding) is dit in separaat beleid geregeld. Het splitsen van stolpen is reeds (onder bepaalde voorwaarden) toegestaan. Hier is reeds beleid voor gemaakt. Dit beleid blijft onverminderd van kracht. Kort gezegd komt het er op neer dat ten behoeve van het behoud van een karakteristieke stolp deze gesplitst mag worden in meerdere woningen. Daarbij mag de splitsing geen afbreuk doen aan het oorspronkelijke karakter van het gebouw en het erf, de stolp dient minimaal 1000m3 te zijn en de bestaande bijgebouwen dienen gebruikt te worden. Bij meerdere gesplitste woningen dienen de bijgebouwen te worden gerealiseerd in een verzamelgebouw. Ook wordt er vaak de wens geuit om een bestaand kavel op te splitsen om zo een extra vrijstaande woning op het perceel te realiseren. Bij dergelijke gevallen dient er een zelfstandige stedenbouwkundige afweging te worden gemaakt. In onderhavig beleid wordt daar niet op ingegaan. Hetzelfde geldt voor een extra hoofdgebouw tegen het bestaande hoofdgebouw aan.

Rechtspraak bij dit artikel