Het college verstrekt loonkostensubsidie ten behoeve van personen van wie objectief is vastgesteld dat zij, al dan niet met ondersteuning, met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar die wel een gemeten loonwaarde hebben van 30 tot 80% van het wettelijk minimumloon.
Het college kan loonkostensubsidie verstrekken ten behoeve van personen met een bijstandsuitkering die niet onder de doelgroep als bedoeld in het eerste lid van dit artikel vallen, doch wel een gemeten loonwaarde hebben van 50 tot 80% van het wettelijk minimumloon.
Het college stelt nadere regels vast over de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld, welke voorwaarden gelden om in aanmerking te komen voor een loonkostensubsidie op grond van het eerste en tweede lid van dit artikel en over de wijze waarop loonkostensubsidie wordt verleend en vastgesteld.