Blijkt uit de inventarisatie tijdens het vraagverhelderingsgesprek van de persoonskenmerken, vervoersbehoefte en voorkeuren dat het collectief vervoer een passende bijdrage is, dan hanteert het college - in beginsel – dit als primaat en als goedkoopst passende maatwerkvoorziening.
Het spreekt voor zich dat bezien moet worden of de cliënt (medisch gezien) gebruik kan maken van het collectief vervoer, al dan niet met begeleiding. Heeft de cliënt (medische) begeleiding nodig bij dat vervoer, dan moet hij daarin beginsel - zelf zorg voor dragen. Bij het bezit van een begeleiderspas, heeft de begeleider gratis toegang voor het collectief vervoer. Heeft de cliënt een vervoersbehoefte op de korte en middellange afstand, dan kunnen twee vervoersvoorzieningen zijn aangewezen.
Het kan in voorkomende gevallen aannemelijk zijn dat een autoaanpassing (of verdere aanpassingen) op zichzelf wel aangewezen zijn, maar dat het duidelijk is dat de eigen (aangepaste) auto binnen afzienbare termijn niet meer kan worden gebruikt. Deze overweging heeft ook betrekking op het kostenaspect (goedkoopst passende bijdrage).
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 3
Artikel 8.15
Primaat van de algemene voorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk