Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:
voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, en,
voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot of hieraan gelijkgestelden.
Voor de algemene voorziening huishoudelijke hulp toelage is een eigen bijdrage verschuldigd van € 5,-- per uur.
Het college bepaalt bij nadere regeling:
op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald, en
door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd.
De bedragen die een cliënt per 4 weken verschuldigd is voor een maatwerkvoorziening dan wel voor een PGB, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdragen zijn gelijk aan die genoemd in Hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt berekend op basis van de prijs waarvoor de gemeente deze in natura aanschaffen kan, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering van de maatwerkvoorziening.
Voor een maatwerkvoorziening of PGB ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is door de onderhoudsplichtige ouder(s) en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over deze minderjarige een eigen bijdrage verschuldigd.
Door de opvanginstelling zelf wordt de bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget voor opvang vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Twenterand 2018