Naar hoofdinhoud
1.. De op grond van artikel 6, eerste lid verschuldigde belasting moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde afvalstoffenheffing meer is dan € 50,00 doch minder dan € 10.000,00 dat de aanslag moet worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt in geval een belastingplichtige voor het vervaardigen van een aanslagbiljet de gemeente machtigt tot een automatische incasso van het totaal verschuldigde bedrag, de aanslag moet worden betaald in acht gelijke termijnen voor zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso incasseerbaar zijn, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.. De afvalstoffenheffing moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel