Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9:

Huurovereenkomst

Onderdeel van Nadere regels standplaatsen ambulante handel

Voor het innemen van een standplaats die is aangewezen op gemeentelijk eigendom, dient een huurovereenkomst te zijn afgesloten tussen de standplaatshouder en de gemeente. De huurprijs wordt bepaald door bieding. Hieronder wordt verstaan dat de hoogste bieder op het moment van sluiting van de openbare inschrijving – met inachtneming van de door het college opgegeven minimumprijs – op een aangewezen standplaats in aanmerking komt voor het sluiten van een huurovereenkomst. In afwijking van het bepaalde in lid 2 wordt de huidige standplaatshouder op zijn verzoek vóór de openbare inschrijving als bedoeld in artikel 10 van deze nadere regels, in de gelegenheid gesteld om te bieden op de reeds door hem ingenomen standplaats, een en ander met inachtneming van de door het college gehanteerde minimumprijzen. Artikelen 10 en 11 zijn in dat geval niet van toepassing. In de huurovereenkomst worden – voor zover deze niet reeds in de door het college afgegeven standplaatsvergunning zijn opgenomen – voorwaarden gesteld aangaande: a. De huurprijs en de betaling van de huurprijs; b. de verplichtingen van de huurder; c. aangaande de te verkopen waren; d. het innemen en gebruik van de standplaats; e. het vertrek of het overlijden van de huurder; f. het aanzien van de standplaats; g. de aansluitingen op het waternet, gas- en elektravoorzieningen; h. de (brand)veiligheid en milieueisen; i. het niet nakomen van de voorwaarden; j. de duur van de overeenkomst; k. het toepasselijk recht l. de verhouding tot het Standplaatsenbeleid. De huurovereenkomst wordt beheerst door de regels van het Burgerlijk Wetboek.

Rechtspraak bij dit artikel