Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2018

Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde belasting wordt uitgegaan van de grootste buitenwerkse maten en wordt, indien meer dan één voorwerp door eenzelfde belastingplichtige wordt gehouden en deze naar maatschappelijke opvattingen bij elkaar horen, voor de berekening van de belasting de tussenliggende ruimte mede in aanmerking genomen. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de in die vergunning vastgestelde maten. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het derde lid van overeenkomstige toepassing is. De precariobelasting wordt berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. Indien het belastingtijdvak een langere periode dan een dag omvat geldt dit tarief per dag van het belastingtijdvak.

Rechtspraak bij dit artikel