De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
door degenen die verblijf houden aan boord van hospitaalschepen of schepen die als zodanig dienst doen met een charitatief karakter;
door degenen die verblijf houden aan boord van een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijk watergebied bevindt;
door degenen die verblijf houden aan boord van vaartuigen in directe dienst van het rijk, de provincie, het waterschap of de gemeente;
door degenen die verblijf houden aan boord van oorlogsvaartuigen;
door degenen die verblijf houden aan boord van reddingsvaartuigen;
door degenen die verblijf houden aan boord van historische schepen.
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting;
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolgde de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
van degene die bij aanvang van het eerste etmaal dat verblijf wordt gehouden, de leeftijd van 4 jaar nog niet heeft bereikt;
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASING 2018