Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3.

Voorwaarden individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Westerwolde

1.. Het college kent een individuele inkomenstoeslag toe, indien een belanghebbende: langdurig een laag inkomen heeft; een maatschappelijke bijdrage levert of heeft geleverd in de vorm van een tegenprestatie, zoals omschreven in de Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Westerwolde 2018; in een periode van twaalf maanden niet eerder een individuele inkomenstoeslag heeft ontvangen; in de referteperiode de bijstand niet is verlaagd wegens een gedraging van de tweede of derde categorie als bedoeld in artikelen 7, onder b en c, en 8, onder b en c, van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Westerwolde 2018 of wegens schending van de verplichtingen, genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, en geen uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgt 2.. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien: Het college op grond van de artikelen 6 en 7 van de Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Westerwolde 2018 geen tegenprestatie opdraagt of heeft opgedragen; de persoon blijvend niet in staat is naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, of de persoon gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de Re-integratieverordening Participatiewet Westerwolde 2018. 3.. Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op gedragingen die hebben plaatsgevonden en verlagingen die zijn opgelegd voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel