Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Regels voor persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerwolde 2018

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. De hoogte van een pgb: vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden, conform de geformuleerde doelen van het ondersteuningsplan; is toereikend om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in de wet en is in redelijkheid geschikt voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend., en; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 3.. Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen formele ondersteuning en informele ondersteuning. 4.. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder f onderdeel i van deze verordening minimaal 80% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend. 5.. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld artikel 1 lid 1 onder f onderdeel ii van deze verordening bedraagt maximaal 80% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend. 6.. Het persoonsgebonden budget voor personen artikel 1 lid 1 onder j van deze verordening gebaseerd op het wettelijk minimumloon opgehoogd met een bedrag voor extra kosten zoals vervanging tijdens vakantie, indexatie etc. 7.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en het onderhoud daarvan. 8.. Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte. 9.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor wat betreft het vervoer is gebaseerd op de autokosten volgens het Nibud (miniklasse) waarbij het uitgangspunt geldt dat 2000 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd; 10.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt mag het pgb niet besteden aan tussenpersonen of belangenbehartigers. 11.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het doel waarvoor het is verstrekt. 12.. Het college kan nadere regels stellen over het persoonsgeboden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel