Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14

Aanvullende regels voor PGB

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Westerwolde 2018

1.. Als een jeugdige of zijn ouders in aanmerking komt voor een individuele voorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een PGB, dient hij daartoe een budgetplan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format, waarbij hij aangeeft: wat hij met het PGB wenst in te kopen en welk resultaat en doelen hij op de korte en eventueel lange termijn wenst te behalen; hoe de doelen worden geëvalueerd; de motivatie waarom hij de ondersteuning in de vorm van een PGB wenst te ontvangen; hoe hij de ondersteuning wenst te organiseren en de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening; op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; een onderbouwde begroting. 2.. Als de jeugdige of zijn ouders een PGB aanvragen voor voortgezette jeugdhulp (herindicatie) dienen zij daarnaast een evaluatieverslag in. 3.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een PGB: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een PGB-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een PGB; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; reiskosten van de hulpverlener. 4.. De persoon aan wie een PGB wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, behalve wanneer het gaat om ggz-behandeling. 5.. Een PGB moet binnen 3 maanden na toekenning worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 6.. Het college kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het budgetplan en de aan het PGB verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel