Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Kwaliteits- en overige eisen aan aanbieders

Onderdeel van BESLUIT NADERE REGELS SUBSIDIES PEUTEROPVANG EN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE VENRAY 2018

1. Aanbieders die subsidie aanvragen dienen, naast de wettelijke kwaliteitseisen zoals vermeld in afdeling 3 van de Wko, artikel 4 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en artikel 5 van de Verordening, te voldoen aan de volgende eisen om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie: a. De locatie is geregistreerd in het LRK met een VVE registratie òf de aanbieder heeft een intentieverklaring ondertekend waaruit blijkt dat de betreffende organisatie uiterlijk op 1 januari 2020 een VVE-registratie heeft; b. Er wordt gewerkt met een VVE programma; c. Er wordt aantoonbaar gestreefd naar een zo hoog mogelijke kwaliteit die naar beoordelingen van de GGD en de Inspectie van het Onderwijs minimaal geldt als voldoende of beter; d. Er wordt een ouderbeleid gevoerd gericht op educatief partnerschap; e. Doelgroeppeuters ontvangen een aanbod op maat voor spelstimulering aan huis; f. Er wordt gewerkt met een kind-of ontwikkelingsvolgsysteem; g. Door middel van het voorgeschreven overdrachtsformulier vindt er een overdracht plaats van de peuter naar de basisschool. Ingeval van een doelgroeppeuter vindt een overdracht plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het basisonderwijs en de ouder(s); h. Er wordt aantoonbaar gestreefd naar een op langer termijn gerichte samenwerking met een of meerdere basisscholen teneinde de kwaliteit van de VVE en de doorgaande lijn te bevorderen; i. Er wordt een actieve bijdrage geleverd aan monitoring. 2. Subsidie dient aangevraagd te worden middels een door het college verstrekt aanvraagformulier. Dit formulier dient volledig en juist ingevuld te zijn en voorzien te zijn van de door het college gevraagde gegevens en bewijsstukken. De aanbieder is verantwoordelijk voor het volledig en juist invullen van de aanvraag. 3. De aanbieder zorgt voor een gescheiden boekhouding waar duidelijk uit blijkt dat de subsidiegelden louter worden gebruikt voor peuteropvang en/of voor- en vroegschoolse educatie zoals bedoeld in dit Besluit. 4. Aanbieders zijn, met het oog op mogelijk huiselijk geweld en kindermishandeling, verplicht uitvoering te geven aan de Wet Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en kennis en gebruik van de meldcode van eigen werknemers dient bevorderd te worden. 5. De aanbieder waaraan subsidie wordt verstrekt, is verplicht aan het college van burgemeester en wethouders mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel