Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor zover in het gesprek en ondersteuningsplan vastgesteld is dat:
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag en de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn ondersteuningsvraag kan vinden;
een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de ondersteuningsvraag en de jeugdige of zijn ouder(s) geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag te beantwoorden.
Het college legt conform het daartoe gestelde in artikel 7 van de verordening het besluit vast in een beschikking.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Criteria voor een individuele voorziening
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp De Fryske Marren