Wanneer blijkt dat voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten niet de gehele subsidie nodig was, dan kan het college afzien van een lagere vaststelling of terugvordering van de subsidie in het geval:
sprake is van een voor een kalenderjaar of een van een kalenderjaar afwijkend boekjaar verstrekte subsidie; en
de verstrekte subsidie meer bedraagt dan € 10.000; en
aan de subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten; en
de subsidieverstrekker voor het overschot aan subsidie een algemene reserve danwel een bestemmingsreserve voor een bepaald doel vormt; en
de toevoeging aan de algemene reserve danwel bestemmingsreserve niet meer bedraagt dan ten hoogste twintig procent van het subsidiebedrag. Bedraagt het overschot meer dan twintig procent, dan wordt het meerdere door het college teruggevorderd.
In afwijking van het vorige lid onder e vordert het college een overschot dat twintig procent te boven gaat, niet terug wanneer:
sprake is van een bestemmingsreserve gevormd voor een bepaald doel; en
het college aan de subsidieontvanger toestemming heeft gegeven om deze bestemmingsreserve te vormen; en
het overschot bij de aanvraag tot subsidievaststelling ook overeenkomstig deze bestemming is verantwoord.
Toestemming van het college als bedoeld in het vorige lid onder b kan, onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 18, door de subsidieontvanger worden verkregen door:
bij de subsidieaanvraag reeds te vermelden dat de gevormde reserve wordt ingezet overeenkomstig een voorgenomen, vooraf bepaalde bestemming en de redenen waarom de subsidieontvanger een bestemmingsreserve wil vormen; of
nadien per brief daartoe een gemotiveerd verzoek aan het college te doen, met dien verstande dat de toestemming dient te zijn verkregen vóór de daadwerkelijke vorming van een bestemmingsreserve.
Het college kan bepalen dat een reserve een zeker bedrag niet te boven mag gaan en dat ze slechts binnen een zekere termijn kan worden gebruikt. Is de reserve gedurende deze termijn niet geheel gebruikt, dan wordt het restant door het college teruggevorderd.
De subsidieontvanger vermeldt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, met bijbehorende verantwoording, uitdrukkelijk dat en voor welk bedrag een algemene reserve danwel een bestemmingsreserve is gevormd, dan wel aan een bestaande algemene reserve of bestemmingsreserve is gedoteerd.
Reeds gevormde reserves worden geaccepteerd tot de bedragen, zoals vermeld in de laatste subsidieverantwoording van de subsidieontvanger, tenzij deze niet in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 17 en 18.
Hoofdstuk
Artikel 17.
Vorming reserves
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2017