Het college machtigt elk van zijn leden om in een vakantieperiode de bevoegdheden van het college uit te oefenen voor zover: het zaken betreft die tot het dagelijks bestuur van de gemeente behoren, die niet kunnen wachten tot na de vakantie, en de wettelijke grondslag zich niet tegen uitoefening van het mandaat verzet. De aanwezige collegeleden dienen in te stemmen en voor akkoord te paraferen. Na de vakantieperiode worden de in mandaat genomen besluiten door het college bekrachtigd (besluitenlijst).