**1..** De directieleden zijn gemandateerde met betrekking tot alle in het mandaatregister opgenomen bevoegdheden waarvoor mandaat is verleend, ongeacht of eveneens aan een andere functionaris niet zijnde een directielid mandaat is verleend. Een afzonderlijke vermelding per bevoegdheid is daarvoor niet benodigd.
**2..** Het eerste lid geldt niet als in het mandaatregister een specifiek voorbehoud is gemaakt waarbij het mandaat slechts is verleend aan een in het mandaatregister genoemde functionaris.
**3..** De directieleden stellen, gelet op het eerste lid, in onderlinge afstemming een verdeling vast van mandaten die binnen hun portefeuille vallen. De directieleden zijn, onverminderd het gestelde in de eerste volzin van dit lid, elkaars vervanger bij afwezigheid, tenzij een voorbehoud geldt.
**4..** De directieleden wijzen voor hen een vervanger aan voor het geval de beide leden afwezig zijn. Zij kunnen meerdere vervangers aanwijzen. De vervanging wordt geregeld in de regeling die is bedoeld in het eerste lid van artikel vier. De directie kan in deze regeling tevens bevoegdheden voorbehouden aan leden van de directie.
**5..** Een mandaat wordt, als een niet-directielid als gemandateerde is vermeld in het mandaatregister bij de betreffende bevoegdheid, bij voorrang uitgeoefend door de gemandateerde die niet tot de directie behoort, tenzij uit het mandaatregister anders volgt. Dit laat onverlet dat een directielid als gemandateerde plaatsvervangend mag handelen als daarvoor, vanwege ziekte of een andere reden van afwezigheid, een noodzaak bestaat.