Indien het mandaat de bevoegdheid omvat tot aangaan van financiële verplichtingen, gelden naast de algemene regels voor het mandaat de navolgende regels:
financiële verplichtingen mogen slechts worden aangegaan nadat de gemandateerde of de gevolmachtigde heeft geconstateerd dat het budget toereikend is en dat het aangaan van die verplichtingen direct verband houdt met realisering van de budgettaakstelling;
betalingen van de gemeente aan derden vinden plaats binnen dertig dagen nadat de betaling opeisbaar is geworden.