1. De omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 14 lid 1, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten;
c. indien blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in Artikel 14 lid 1 niet naleeft;
d. indien binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
e. indien de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken hebben stilgelegen;
f. op verzoek van de vergunninghouder.
g. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de gemeentelijke monumentencommissie.
Artikel 15.
Intrekken van de omgevingsvergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Schouwen-Duiveland 2018