1. Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister).
2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:
a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed;
b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en van de gedeputeerde ontvangen afschriften van de inschrijving van een provinciaal monument als bedoeld in de provinciale erfgoedverordening.