**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
**2..** Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
motorvoertuig, met dien verstande dat
**1..** indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren
ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was,
niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het
motorvoertuig heeft geparkeerd;
**2..** indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het
motorvoertuig heeft geparkeerd.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als
degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt,
indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een
ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en
dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
**4..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Hoofdstuk
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2004