**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt
aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen
van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze met
inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders
gestelde voorschriften.
In afwijking van het onder punt 1. bepaalde wordt de
belasting geheven door middel van het GSM-parkeren, indien
de belastingplichtige bij de aanvang van het parkeren op de
door het college van burgemeester en wethouders
voorgeschreven wijze te kennen heeft gegeven voor deze wijze
van heffing te opteren. Deze belasting wordt geheven bij
wege van gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder
mede wordt verstaan een nota of andere schriftuur. Deze
belasting moet binnen de op de schriftelijke kennisgeving
vermelde termijn worden betaald.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij
wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het
tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**3..** Indien vergunninghouder het gebied waarvoor vergunning is verleend
metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf
beëindigt wordt ontheffing verleend over zoveel driemaandelijkse of
zoveel twaalfde gedeelten als er in dat kwartaal of jaar, na
beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
overblijven.
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Hoofdstuk
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2004