Naar hoofdinhoud
Het college toetst of aan de volgende drie wettelijke voorwaarden is voldaan: bekwaamheid van de aanvrager: kan de jeugdige of zijn (pleeg)ouders de taken die bij een pgb horen verantwoord uitvoeren? motivatie: kan de jeugdige of zijn ouders beargumenteerd aangeven waarom zorg in natura niet passend is? kwaliteit: is gewaarborgd dat de hulp die de jeugdige of zijn ouders met het pgb willen inkopen van goede kwaliteit is? Ad. 1 : Bekwaamheid van de aanvrager Van de aanvrager of diens (wettelijke) vertegenwoordiger wordt verwacht dat deze zelfstandig een waardering kan maken van de belangen ten aanzien van de aanvraag. De aanvrager of diens (wettelijke) vertegenwoordiger moet duidelijk kunnen maken welke problemen deze heeft en bij welke ondersteuning men gebaat is. Daarbij moet helder worden of de jeugdige of zijn (pleeg)ouders de verantwoordelijkheden die horen bij het inkopen van zorg met een pgb kunnen uitvoeren, dit wordt door de gemeente Losser getoetst. De beoordelingscriteria zijn: Is de aanvrager in staat de eigen situatie te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en te sturen? Is de aanvrager goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een PGB en kan hij hiermee omgaan? Is de aanvrager in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uit zoeken, sollicitatiegesprekken te voeren, contracten af te sluiten, facturen af te handelen, de kwaliteit te bewaken evenals de voortgang van de hulpverlening? Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de aanvrager, ook met hulp uit zijn sociaal netwerk of zijn vertegenwoordiger, problemen zal hebben met het omgaan met PGB. De aanvrager wordt als niet bekwaam bevonden als De aanvrager als gevolg van dementie, een verstandelijke beperking, niet aangeboren hersenletsel of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht heeft in de eigen situatie. Er is eerder misbruik gemaakt van pgb . Er is eerder sprake geweest van fraude. Er is sprake is van overbelasting van de ouders/ verzorgers die zelf de zorg voor het kind uitvoert. Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. In deze situaties kan een pgb geweigerd worden. Het kan wel zo zijn dat een de aanvrager zelf niet of onvoldoende bekwaam is, maar er mensen in zijn omgeving zijn die hem of haar dusdanig kunnen helpen en bijstaan dat er toch een pgb verstrekt kan worden. De onderbouwing van de afwijzing wordt in de beschikking vermeld. Ad. 2 Motivatie De aanvrager moet beargumenteren waarom de voorziening in natura die door de gemeente wordt voorgesteld niet passend is. Uit de argumentatie moet blijken dat de aanvrager zich voldoende hebben georiënteerd op een voorziening in natura. Ad 3. Kwaliteit professionele jeugdhulpaanbieders voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen die worden genoemd in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet: de norm van verantwoorde hulp, inclusief geregistreerde professionals; gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp; systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder; verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; meldplicht calamiteiten en geweld; verplichting om vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn werk te doen; degene die de zorg verleent is in het bezit van een van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders. De jeugdige en/of diens ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van niet professionele personen die tot het sociaal netwerk behoren. Het college stelt als minimale eis aan degene uit het netwerk die de zorg verleent dat: De zorgovereenkomst moet zijn afgestemd op het plan van aanpak dat de consulent met de pgb budgethouder heeft opgesteld en moet leiden tot de daarin afgesproken resultaten. Degene uit het sociaal netwerk die de zorg verleent is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders. Een dergelijke verklaring is niet eerder afgegeven dan 12 maanden voor het tijdstip dat de zorg geleverd wordt. Dit geldt niet bij een herindicatie. De medewerker toetst periodiek de voortgang en de mate waarin de resultaten worden bereikt. Naast de verantwoording over het bestede bedrag aan de SVB, vraagt het college de budgethouders om bij herwaardering/evaluatie van het ondersteuningsplan ook aan te geven wat de behaalde resultaten zijn met het persoonsgebonden budget en de daaraan verbonden voorwaarden, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet

Rechtspraak bij dit artikel