De hulp die men inkoopt met een pgb bij professionele hulpaanbieders en professionele hulpverleners uit het sociaal netwerk voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen die worden genoemd in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet:
de norm van verantwoorde hulp, inclusief geregistreerde professionals;
gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp;
systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder;
verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
meldplicht calamiteiten en geweld;
verplichting om vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn werk te doen.
De jeugdige en/of diens ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van niet professionele personen die tot het sociaal netwerk behoren.
Het college stelt als minimale eis aan niet professionele hulpverleners uit het sociaal netwerk dat:
De zorgovereenkomst moet zijn afgestemd op het plan van aanpak dat de consulent met de pgb budgethouder heeft opgesteld en moet leiden tot de daarin afgesproken resultaten.
De hulpverlener neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid.
De hulpverlener is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders. Een dergelijke verklaring is niet eerder afgegeven dan 12 maand voor het tijdstip dat de aanbieder ging werken.
De consulent toetst periodiek de voortgang en de mate waarin de resultaten worden bereikt.
Naast de verantwoording over het bestede bedrag aan de SVB, vraagt het college de budgethouders om bij herwaardering/evaluatie van het ondersteuningsplan ook aan te geven wat de behaalde resultaten zijn met het persoonsgebonden budget en de daaraan verbonden voorwaarden, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet
Artikel 4