Naast de weigeringsgronden genoemd in dit artikel kent de Awb ook een aantal gronden om de subsidieverlening te weigeren. Deze weigeringsgronden zijn van toepassing op de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.
Het eerste lid van artikel 4:35 van de Awb bepaalt dat de subsidieverlening kan worden geweigerd wanneer een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
de aanvrager niet op behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie belangrijk zijn.
Het tweede lid van artikel 4:35 van de Awb bepaalt dat de subsidieverlening kan worden geweigerd wanneer de aanvrager:
in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
failliet is verklaard of aan hem of haar een surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem of haar de schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.