Het college verstrekt, indien cliënt dit wenst, een pgb indien:
de cliënt op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waarneming van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger (niet zijnde de hulpverlener).
de cliënt de aan het pgb verbonden taken en verantwoordelijkheden op verantwoorde wijze kan uitvoeren en op zich kan nemen;
de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen;
het college van oordeel is dat de in te kopen maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht is en effectief bijdraagt aan het te bereiken resultaat
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De hoogte van een pgb
wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb wil gaan inzetten;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
Wanneer cliënt niet professionele ondersteuning verwerft/via het informele circuit ondersteuning verwerft, wordt de hoogte van het pgb bepaald aan de hand van het geldend minimum uurloon vanaf 23 jaar.
Het college stelt nadere regels vast over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als:
uit het door de cliënt opgestelde plan blijkt dat dit de goedkoopst adequate oplossing is om het door de gemeente en cliënt overeengekomen resultaat te bereiken;
deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het tweede en derde lid gehanteerde tarief, en
tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
Artikel 11.
Regels voor het persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Gooise Meren 2018