De subsidieontvanger moet daadwerkelijk aantoonbaar binnen 3 maanden na toekenning van de subsidie starten met de uitvoering van zijn plan.
De subsidieontvanger dient een zodanig ingerichte administratie te voeren, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de bijdrage van belang zijnde baten en lasten alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.
Het college van B & W kan de subsidieontvanger te allen tijde verplichten om, op de door haar aangegeven wijze, aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de bijdrage wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de daaraan verbonden verplichtingen.
Het college van B & W kan de subsidieontvanger te allen tijde verplichten om inlichtingen te verstrekken en inzage te verlenen in zijn algehele administratie aan door het college van B & W aangewezen ambtenaren of accountants.
De subsidieontvanger informeert het college van B & W schriftelijk en onverwijld over:
afwijkingen die in de uitvoering van de investering ten opzichte van het oorspronkelijke plan optreden;
ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat het plan niet kan worden verwezenlijkt;
het geheel of gedeeltelijk tussentijds beëindigen van activiteiten; en/of
besluiten of procedures die het voortbestaan van de dienstverlener bedreigen of kunnen bedreigen.
De resultaten en effecten na afloop van de investering dienen door de subsidieontvanger te zijn gewaarborgd.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
VERPLICHTINGEN SUBSIDIEONTVANGER
Onderdeel van STIMULERINGSREGELING VERGROTEN TOEGANKELIJKHEID 2018