Een op het individu toegesneden voorziening kan worden verstrekt in natura, als financiële tegemoetkoming of als persoonsgebonden budget.
Het college regelt in de beleidsregels in welke vorm en onder welke voorwaarden een op het individu toegesneden voorziening wordt verstrekt.
Het college regelt in de beleidsregels aan welke voorwaarden professionele aanbieders moeten voldoen om bij deze aanbieders ondersteuning met een persoonsgebonden budget te mogen inkopen; in ieder geval worden voorwaarden gesteld aan:
de financiële administratie van de aanbieder;
het optreden van de aanbieder als belangenbehartiger van de ondersteuningsvrager;
het zorgplan van de aanbieder.
Natura
Bij een voorziening in natura koopt de gemeente de voorziening in en zorgt dat deze aan de ondersteuningsvrager geleverd wordt.
Financiële tegemoetkoming
Een verstrekking in de vorm van een financiële tegemoetkoming vindt plaats als sprake is van een forfaitaire tegemoetkoming. Een financiële tegemoetkoming kan alleen worden toegekend als de ondersteuningsvrager het voorstel steunt.
Het kan hierbij gaan om een financiële tegemoetkoming:
in de vervoerskosten (Ondersteuning mobiliteit);
in de verhuis- en inrichtingskosten (Ondersteuning zelfstandig wonen);
in de kosten van het bezoekbaar maken van een woning (Ondersteuning zelfstandig wonen).
Persoonsgebonden budget
Bij een persoonsgebonden budget kent het college een budget toe aan de ondersteuningsvrager. De ondersteuningsvrager kan daarmee zelf de benodigde ondersteuning inkopen. De Sociale Verzekeringsbank voert voor de gemeente de betaling van de geleverde ondersteuning uit (het zogenaamde trekkingsrecht). Niet alle vormen van ondersteuning kunnen worden ingekocht met een persoonsgebonden budget. Daarnaast worden er voorwaarden gesteld aan de inkoop van de ondersteuning en de bekwaamheid van de ondersteuningsaanvrager. Dit wordt hieronder nader uitgewerkt.
Een beperkt aantal vormen van ondersteuning lijken minder geschikt voor inkoop met een persoonsgebonden budget in relatie tot de bekwaamheid van de ondersteuningsvrager en het niet kunnen terugvallen op het sociale netwerk of een vertegenwoordiger. Denk hierbij aan:
Beschermd wonen;
Ondersteuning maatschappelijke deelname of ondersteuning zelfstandig leven op grond van een verstandelijke beperking.
In deze situaties dient terughoudend te worden omgegaan met het verstrekken van een persoonsgebonden budget.
Uitgesloten van inkoop met een persoonsgebonden budget zijn de volgende voorzieningen:
De op het individu toegesneden voorzieningen in het gedwongen kader (Jeugdwet);
Behandeling (Jeugdwet);
Voorzieningen tweedelijns GGZ (Jeugdwet);
Collectief vervoer.
Ook als onmiddellijk een voorziening moet worden getroffen (spoed- en crisiszorg) kan dat niet in de vorm van een persoonsgebonden budget.
3.1.1 Voorwaarden persoonsgebonden budget
Er zijn drie voorwaarden waar ondersteuningsvragers en de voorzieningen aan moeten voldoen, wil aanspraak kunnen worden gemaakt op een persoonsgebonden budget, namelijk:
moet op eigen kracht voldoende in staat zijn (of met hulp sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger) tot een redelijke waardering van zijn belangen en moet de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren;
zal moeten motiveren dat de op het individu toegesneden voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, door hem niet passend wordt geacht (Jeugdwet) of als persoonsgebonden budget geleverd wenst te krijgen (Wmo 2015);
waarborg dat de op het individu toegesneden voorzieningen, van goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en cliëntgericht) is;
Daarnaast worden er eisen gesteld ten aanzien van de professionele aanbieder van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning of Jeugdwet. De aanbieder moet een deugdelijke administratie voeren,
Deze voorwaarden worden hieronder verder uitgewerkt.
3.1.1.1 Bekwaamheid van de ondersteuningsvrager
Om ondersteuning te kunnen inkopen met een persoonsgebonden budget moet de ondersteuningsvrager zelfstandig tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat zijn. De ondersteuningsvrager zal dan ook moeten kunnen aangeven welke problemen worden ondervonden, hoe deze zijn ontstaan en welke ondersteuning deze denkt nodig te hebben.
Ook wordt van de ondersteuningsvrager verwacht dat deze de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Bij deze taken kan gedacht worden aan het kiezen van geschikte aanbieder, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie.
Bij jeugdigen onder de 16 jaar zijn het de ouders die over de bekwaamheid moeten beschikken om zorg in te kopen. Bij jeugdigen tussen de 16 en 18 jaar kan het echter voorkomen dat de jeugdige zelf het contract aangaat.
Hiervoor is de bekwaamheid in relatie tot de zorginkoop aan de orde geweest. Daarnaast moet de ondersteuningsvrager in staat zijn de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Vanaf 1 januari 2015 geldt een trekkingsrecht: het budget wordt niet rechtstreeks aan de ondersteuningsvrager overgemaakt maar aan de Sociale Verzekeringsbank. Het budget kan en mag alleen besteed worden voor de overeengekomen vorm van ondersteuning en wordt betaalbaar gesteld na het overleggen van facturen of declaraties aan de zorgverlener. De ondersteuningsvrager moet inzicht hebben in de gefactureerde of gedeclareerde bedragen en zal hierover verantwoording moeten kunnen afleggen. Daarnaast moet de ondersteuningsvrager in staat zijn om aan te geven of de resultaten die werden beoogd met de inkoop van de ondersteuning ook zijn behaald en of de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is.
Het oordeel van de gemeente is leidend als het gaat om de bekwaamheid. Mocht de gemeente van oordeel zijn dat de ondersteuningsvrager (dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger) niet bekwaam is dan kan de gemeente het persoonsgebonden budget weigeren. Dat is een beslissing waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
3.1.1.2 Motivering door ondersteuningsvrager
Op grond van de Wmo 2015 dient door de ondersteuningsvrager gemotiveerd te worden dat deze een op het individu toegesneden voorziening in de vorm van een persoonsgebonden wil ontvangen. De motivering in het kader van de Jeugdwet dient wat dat betreft krachtiger te zijn: door de ondersteuningsvrager moet gemotiveerd worden dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is en dat daarom een persoonsgebonden budget gewenst wordt.
Met de argumentatie moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorziening in natura. Wanneer een persoon de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag het college de aanvraag niet weigeren. Niet het oordeel van het college is leidend, maar het oordeel van de aanvrager. Als wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de bekwaamheid (zie paragraaf 3.1.1.1) en aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de kwaliteit (zie volgende paragraaf) kan het college een persoonsgebonden budget niet weigeren vanwege het onvoldoende motiveren van de wens een persoonsgebonden budget te willen ontvangen.
3.1.1.3 Waarborgen kwaliteit voorziening
De kwaliteit van voorziening die met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht, moet zijn gewaarborgd. Hiervoor gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen die in natura worden verstrekt. De kwaliteitseisen voor de op het individu gerichte voorzieningen in het kader van de Jeugdwet zijn geregeld in de wet zelf (zie hoofdstuk 4 Jeugdwet). Voor de op het individu gerichte voorzieningen in het kader van de Wmo zijn de kwaliteitseisen te vinden in hoofdstuk 7 van de beleidsregels. Deze kwaliteitseisen komen grotendeels overeen met de kwaliteitseisen genoemd in de Jeugdwet.
De kwaliteitseisen die gesteld worden aan de voorzieningen die in natura worden verstrekt, gelden in principe ook voor voorzieningen die worden ingekocht met een persoonsgebonden budget. Zo zal de voorziening, als deze wordt ingekocht met een persoonsgebonden budget, in ieder geval veilig, doeltreffend en cliëntgericht moeten zijn. Met een persoonsgebonden budget kunnen ook voorzieningen worden ingekocht bij aanbieders die niet voldoen aan alle eisen om voor een contract met de gemeente om zorg in natura te mogen leveren in aanmerking komen. Met name zal dat het geval zijn als de ondersteuning wordt geleverd door een zelfstandige zonder personeel (zzp’er). In dat geval wordt een uitzondering gemaakt op de bepalingen in Hoofdstuk 7 ten aanzien van het klachtrecht en medezeggenschap. Bovendien kan in dat geval een uitzondering worden gemaakt ten aanzien van een salaris conform de voor de sector gebruikelijke cao-schaal en vervanging tijdens ziekte. Een persoonsgebonden budget kan in voorkomende gevallen worden gebruikt om ondersteuning in te kopen bij personen uit het sociale netwerk. Overigens moet dit ook dan wel verantwoord zijn en moet ook dan een bijdrage worden geleverd aan, zo mogelijk, het vergroten van de zelfredzaamheid en het bevorderen van de maatschappelijke deelname. Voorkomen moet worden dat, als de zorg wordt geleverd door een persoon uit het sociale netwerk, er een te sterke afhankelijkheidsrelatie ontstaat als gevolg van de inkoop van de voorziening door middel van een persoonsgebonden budget.
3.1.1.4 Eisen aan de aanbieder
Aan de aanbieder worden algemene, zorginhoudelijke en administratieve eisen gesteld. Alleen als aan deze eisen wordt voldaan, mag een ondersteuningsvrager bij deze aanbieder ondersteuning met een persoonsgebonden budget inkopen. Door het voldoen aan deze eisen kan worden voorkomen dat de ondersteuningsvrager met een terugvordering van het persoonsgebonden budget wordt geconfronteerd omdat het persoonsgebonden budget niet is aangewend voor het doel waarvoor deze is verstrekt. In dit licht moet ook de eis ten aanzien van het niet toestaan van het behartigen van de belangen van de ondersteuningsvrager door een zorgaanbieder worden gezien.
Algemene eisen
Om te voorkomen dat de zorgaanbieder, als direct belanghebbende, invloed heeft op het (keukentafel)gesprek en door een niet geheel juiste voorstelling van zaken ondersteuning (of een zwaardere vorm van ondersteuning of een grotere omvang van ondersteuning) wil bewerkstelligen, wordt het gesprek met de ondersteuningsvrager niet gevoerd in het bijzijn van de zorgaanbieder. Het alternatief is dat de ondersteuningsvrager wordt gewezen op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning via Almelo Sociaal. Ook mag de aanbieder niet optreden als beheerder van het persoonsgebonden budget.
Van aanbieders en zorgverleners wordt verwacht dat zij voorbeeldgedrag tonen in de communicatie en andere contacten met onder andere medewerkers die belast zijn met de toeleiding en toegang tot voorzieningen. Elementaire fatsoensnormen en correcte omgangsvormen dienen in acht te worden genomen om gewenst gedrag bij ondersteuningsvragers te stimuleren. Maatschappelijke deelname en met name het bevorderen hiervan is één van de doelen van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. Een basisvoorwaarde om te kunnen deelnemen aan de maatschappij is juist het fatsoenlijk en correct kunnen omgaan met anderen. Door het niet fatsoenlijk of niet correct omgaan met anderen kan de aanbieder bij ondersteuningsvragers ongewenst gedrag in de hand werken waardoor deelname aan de maatschappij mogelijk wordt belemmerd in plaats van bevorderd. Ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget kan dan worden geweigerd.
Eisen aan administratie
Naast het voeren van een deugdelijke financiële administratie waaruit de inkomsten en uitgaven van de zorgaanbieder blijken, moet ook een deugdelijke cliëntenadministratie worden gevoerd. Uit de cliëntenadministratie moet tenminste blijken op welke tijdstippen/dagdelen de ondersteuningsvrager ondersteuning heeft ontvangen en de duur van deze ondersteuning. De administratie moet op ons verzoek onmiddellijk kunnen worden overgelegd. Door eisen te stellen aan de administratie van de zorgaanbieder kan worden voorkomen dat geen ondersteuning of veel minder ondersteuning wordt geboden dan verantwoord is.
Zorgplan
Om te kunnen bepalen of de met een persoonsgebonden budget in te kopen voorziening of ondersteuning kwalitatief verantwoord is, wordt voorafgaand aan de toekenning van het persoonsgebonden budget beoordeeld of het zorgplan garanties biedt op een verantwoorde kwaliteit van de te leveren voorziening of ondersteuning. In het zorgplan komen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde:
welke activiteiten op welk moment worden ingezet om de afgesproken resultaten met degene die ondersteuning nodig heeft te behalen;
de deskundigheid van de professionele zorgverlener, blijkend uit opleiding en ervaring;
vervanging van de zorgverlener bij ziekte of verlof indien de ondersteuning wordt geboden door een professionele zorgaanbieder die aangeeft te voldoen aan alle eisen die ook van toepassing zijn op gecontracteerde aanbieders.
Verklaring omtrent gedrag
Om de veiligheid van ondersteuningsvragers te waarborgen moet degene die de ondersteuning levert, beschikken over een verklaring omtrent gedrag. De verklaring omtrent gedrag is ook verplicht gesteld voor bestuurders van zorgorganisaties. Alleen als de ondersteuning wordt geboden door een persoon uit het sociale netwerk, kan ervoor worden gekozen geen verklaring omtrent gedrag te eisen. Bij directe familie (familie in de eerste of tweede graad) zal dit eerder het geval zijn dan bij personen die verder van de ondersteuningsvrager af staan (denk aan kennissen) die de ondersteuning leveren. De verklaring omtrent gedrag moet zijn afgegeven uiterlijk zes maanden voordat de zorgverlener voor de eerste keer in Almelo aan een ondersteuningsvrager ondersteuning gaat verlenen.
Ondersteuningsplan
Bij het beoordelen van de kwaliteit wordt meegewogen of de met het persoonsgebonden budget in te kopen op het individu toegesneden voorzieningen in alle redelijkheid geschikt zijn om de met de ondersteuningsvrager afgesproken resultaten te behalen. Om de kwaliteit te borgen wordt, indien een op het individu toegesneden voorziening met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht, in het ondersteuningsplan inzichtelijk gemaakt:
bij wie of welke aanbieder de ondersteuning wordt ingekocht,
op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid, en
hoe de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning is gewaarborgd.
Tenzij de ondersteuning wordt geleverd door een persoon uit het sociale netwerk, moet de ondersteuning worden geleverd door personen die kunnen handelen overeenkomstig de professionele standaard.
3.1.2 Weigeren persoonsgebonden budget
In de vorige paragrafen zijn al enkele weigeringsgronden aangegeven. Het persoonsgebonden budget wordt geweigerd als:
blijkt dat de ondersteuningsvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de ondersteuningsvrager, de zorgaanbieder en/of de voorziening niet voldoet aan de aan het toekennen van een persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden.
De voorwaarden waaraan een ondersteuningsvrager, de zorgaanbieder en/of de voorzieningen moeten voldoen om de ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt te krijgen, zijn verwoord in paragraaf (en subparagrafen) 3.1.1.
3.2Hoogte persoonsgebonden budget
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.1
Keuzevrijheid
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Almelo