Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 17.

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING ZOETERMEER 2010

·. 1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 en e, de bodem dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren. ·. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; a. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; b. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; c. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart; d. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel