Het is verboden, behoudens in geval zich een situatie als bedoeld in het vierde lid voordoet, buiten de passantenhaven een winterligplaats in te nemen.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.8, eerste lid is het verboden zonder ontheffing van het college in de passantenhaven een winterligplaats in te nemen anders dan gedurende de gehele periode gelegen tussen 1 november en 1 april.
Het is verboden een pleziervaartuig dat een winterligplaats heeft ingenomen te bewonen of daarin te overnachten.
Het college kan voor incidenteel gebruik van de passantenhaven de schipper van een schip dat een winterligplaats inneemt aanschrijven om het schip tijdelijk van de winterligplaats te doen verwijderen. De schipper is verplicht aan deze aanschrijving gevolg te geven.