Onder de minimale kwaliteitseis gedrag op of in de omgeving van de standplaats als bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 wordt in ieder geval verstaan dat de chauffeur:
- - het verkeer op of in de omgeving van de standplaats niet stremt of zich op of in de omgeving van de standplaats niet hinderlijk ophoudt;
- - het maximum aantal toegestane taxi’s op de standplaats niet overschrijdt, zijn voertuig op de daarvoor aangewezen plekken zet en doorrijdt op de standplaats zodra er voldoende plek is;
- - op of in de omgeving van de standplaats geen vernielingen of vandalisme pleegt;
- - een ander geen toegang tot de standplaats verschaft;
- - op de standplaats in de directe omgeving van zijn taxi blijft, zodat voor de consument duidelijk blijft bij welke taxi de chauffeur hoort;
- - de standplaats alleen gebruikt voor het aannemen van ritten op de opstapmarkt.