Naar hoofdinhoud
Onder de minimale kwaliteitseis veiligheid, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 wordt in ieder geval verstaan dat de chauffeur: zorg draagt voor een technisch veilige en goedgekeurde auto; een verbaal en non-verbaal correcte houding bij de uitoefening van zijn functie betracht; tijdens het rijden het aantal wettelijke toegestane passagiers niet wordt overschreden; geen misdrijf heeft gepleegd, waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld; in het verkeer geen ernstig gevaarzettend of asociaal gedrag heeft vertoond, waaronder in ieder geval begrepen wordt dat de politie ten aanzien van de chauffeur geen mededeling heeft opgemaakt voor een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer, Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer, Alcoholslotprogramma of Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer; beschikt over de benodigde geldige ontheffingen, vergunningen en vergunningbewijzen om taxivervoer aan te mogen bieden; taxivervoer aanbiedt terwijl deze beschikt over een geldig rijbewijs; een geldige Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen; geen enkele vorm van fysiek geweld of bedreigingen hanteert tegen eenieder; geen excessieve snelheidsovertreding begaat van: 50 km/u of meer te hard rijden of 30 km/u of meer te hard rijden bij wegwerkzaamheden; in het verkeer ordelijk en verantwoord handelt binnen de grenzen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde kaders; met zijn rijgedrag de consument of andere weggebruikers niet in gevaarlijke situaties brengt of kan brengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel