Ter uitwerking van de eis gedrag of op in de omgeving van de standplaats als bedoeld in artikel 2.5a, tweede lid, onder b, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 worden in ieder geval bepalingen opgenomen die waarborgen dat de chauffeur:
het verkeer op of in de omgeving van de standplaats niet stremt of zich op of in de omgeving van de standplaats niet hinderlijk ophoudt;
het maximum aantal toegestane taxi’s op de standplaats niet overschrijdt, zijn voertuig op de daarvoor aangewezen plekken zet en doorrijdt op de standplaats zodra er voldoende plek is;
op of in de omgeving van de standplaats geen vernielingen of vandalisme pleegt;
een ander geen toegang tot de standplaats verschaft;
op de standplaats in de directe omgeving van zijn taxi blijft, zodat voor de consument duidelijk blijft bij welke taxi de chauffeur hoort;
de standplaats alleen gebruikt voor het aannemen van ritten op de opstapmarkt.
Artikel 3