Naar hoofdinhoud
1.. Het is de vergunninghouder verboden, zonder vergunning van het college, installaties voor bakken en/of koken en/of verwarmingstoestellen op zijn standplaats in gebruik of aanwezig te hebben. 2.. Aan de vergunning als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van: de veiligheid van de standplaatshouder en het publiek; het voorkomen dan wel verminderen van hinder of overlast; het uiterlijk aanzien en het schoonhouden van de standplaats en de omgeving.

Rechtspraak bij dit artikel