Naar hoofdinhoud
2.1 Gebiedsindeling De Parkeernormennota Duiven is voor de hele gemeente van toepassing. De toe te passen normen kunnen echter verschillen op basis van de stedelijkheid en de ligging van een locatie. Daarom is een gebiedsindeling gemaakt. Op basis van de omgevingsadressendichtheid [bron: CBS] en van de uitgangspunten van het CROW, is de stedelijkheidsgraad per gebied bepaald. Behalve de stedelijkheid is ook de ligging in het stedelijke gebied van belang voor het opleggen van de parkeernormen. Het autobezit en –gebruik is in centrumgebieden gemiddeld namelijk lager dan in de rest van de bebouwde kom of in het buitengebied. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de aanwezigheid van OV en voorzieningen op loopafstand van veel woningen en de schaarse ruimte. De gebiedsindeling is aangeduid in figuur 2.1 en in tabel 2.1. In bijlage 6 zijn kaarten van deze gebiedsindeling in groter formaat opgenomen. 2.2 Onderbouwing parkeernormen Per voorziening geven de CROW-kencijfers een minimum en een maximum parkeercijfer aan. Binnen deze bandbreedte moet voor de gemeente Duiven een parkeernorm worden gekozen. Om van deze landelijke CROW-kencijfers te komen naar Duivense parkeernormen, wordt een correctie gemaakt op basis van de mobiliteits- en lokale kenmerken van Duiven. Om een oordeel te geven waar de Duivense parkeernormen ten opzichte van de bandbreedte van de landelijke kencijfers liggen, moet de situatie met de landelijke situatie vergeleken worden. Daarbij is ook een vergelijking gemaakt met de andere gebieden van dezelfde stedelijkheid. De vergelijking is op basis van een aantal punten hieronder uitgewerkt. 2.2.1 Autobezit Het gemiddelde autobezit per huishouden in Nederland is 1,0, terwijl dit binnen de gemeente Duiven 1,2 is (CBS, 2016). In vergelijking met andere gemeenten van vergelijkbare stedelijkheid scoort de gemeente Duiven gemiddeld. Het gemiddelde autobezit van gemeenten met vergelijkbare stedelijkheid is namelijk 1,2 per huishouden (CBS, 2016). Om dit autobezit te faciliteren moet dus het gemiddelde van de kencijfers aangehouden worden. Dit geldt met name voor het parkeren van auto’s bij woningen. 2.2.2 Bevolkingsgroei Kijkend naar de toekomst, is het van belang om de bevolkingsgroei in ogenschouw te nemen. Als de bevolking en daarmee ook het totale autobezit groeit, heeft dit invloed op de parkeervraag. Het CBS voorspelt een bevolkingsgroei van 4% (CBS, 2015) in Nederland. Dit wijkt enigszins af van de bevolkingsprognose voor de gemeente Duiven. De bevolking in de gemeente Duiven neemt in 2025 met 1% af ten opzichte van 2015 (CBS, 2015). 2.2.3 Gemiddelde werk-woon afstand De parkeervraag bij bedrijven is grotendeels afhankelijk van de afstand die afgelegd moet worden door haar werknemers. De gemiddelde werk-woon afstand binnen Nederland is 14,6 kilometer, terwijl de gemiddelde werk-woon afstand voor bedrijven binnen de gemeente Duiven 14,3 kilometer is (CBS, 2014). Op basis van de gemiddelde reisafstand wordt geconcludeerd dat de weerstand om te fietsen bijna gelijk is aan het landelijk gemiddeld. 2.2.4 Modal split Het aandeel van de auto in de vervoerswijzeverdeling (modal split) geeft een indicatie over het parkeren. Het aandeel van de auto in de vervoerswijzeverdeling van de gemeente Duiven is 51%. Het aandeel auto in de vervoerswijzeverdeling van Nederland is 47%. Dit is een stuk lager dan in de gemeente Duiven. In vergelijking met gemeenten van een zelfde stedelijkheidsgraad, scoort de gemeente Duiven gemiddeld. Het aandeel auto in de vervoerswijzeverdeling van vergelijkbare gemeenten is gemiddeld 50,4%. 2.2.5 Fietsgebruik Het Fietsberaad heeft in 2010 de cijfers uit het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) gebruikt om het fietsgebruik per gemeente weer te geven. In het overzicht van het fietsberaad scoort de gemeente Duiven op het fietsgebruik gemiddeld met 22% (Fietsberaad, 2010). Er is een duidelijk trend in Nederland zichtbaar als het gaat om fietsgebruik. Dit neemt sinds enkele jaren toe. Belangrijke katalysator hierbij is de opkomst van de elektrische fiets. Deze nationale trend gaat de gemeente Duiven niet voorbij. In het Mobiliteitsplan Duiven 2016 – 2026 is hierop geanticipeerd door ‘de fiets’ als kernopgave te benoemen. De verwachting is dat het gebruik van de fiets in de toekomst verder gaat toenemen. 2.2.6 Vaststellen parkeernormen Op basis van het autobezit, de bevolkingsontwikkeling, de modal spilt, is geconcludeerd dat het gemiddelde van de kencijfers van het CROW het beste aansluit bij de praktijk voor de gemeente Duiven. Dit is ook conform het beleid uit het Mobiliteitsplan Duiven 2016 – 2026. Hierin is gesteld dat binnen de bandbreedte van parkeren het gemiddelde wordt aangehouden. Vanwege het toenemende fietsgebruik, de gemiddelde werk-woon afstand, de kernopgave ‘fiets’ in het mobiliteitsplan is een hogere fietsparkeernorm nodig. Voor de fietsparkeernormen is uitgegaan van norm die op 60% ligt van de bandbreedte van de kencijfers van het CROW. 2.3 Parkeernormen auto Per functie is de parkeernorm weergegeven in aantallen parkeerplaatsen per eenheid. Tevens is het aandeel bezoekers aangegeven. Dit aandeel is reeds in de weergegeven parkeernormen opgenomen. Alle genoemde parkeernormen zijn de parkeernormen voor personenauto’s, dus exclusief het parkeren van vrachtwagens. 2.3.1 Woningen Duiven kiest ervoor om de verscheidenheid aan woningen te vereenvoudigen en te relateren aan het gebruiksvloeroppervlak (m2 GBO). We kiezen voor grootte als differentiatiecriterium, zodat onze parkeernormen duurzamer, dat wil zeggen minder afhankelijk van schommelingen, worden. Om tot een eerlijke en objectieve norm te komen wordt uitgegaan van de gebruiksvloeroppervlakte (GBO volgens NEN 2580). Dit omvat enkel de voor bewoning geschikte vloeroppervlakte waarbij bijvoorbeeld de vloer onder een schuine kap met een vrije hoogte van minder dan 1,5 meter niet wordt meegerekend. Toelichting: De parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt. Daarom moet altijd minimaal 0,3 parkeerplaats per woning openbaar toegankelijk zijn. Indien private parkeerplaatsen worden gerealiseerd buiten het betreffende perceel, dan dienen parkeervoorzieningen juridisch te zijn gekoppeld aan de woning. De parkeervoorziening maakt zodoende integraal deel uit van de woning. Dit kan middels een kettingbeding in de koopovereenkomst worden vastgelegd. Omdat ook het autobezit bij ouderen sterk toeneemt, is de functie ‘seniorenwoningen’ niet opgenomen. De grote van de woning is dan maatgevend. Voor zorgwonen en voor beschermd wonen is de zorgtaak de voornaamste functie en kent over het algemeen geen eigen autovervoer van bewoners. Daarom vallen deze onder functie ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’. Een studio is een zelfstandige woning (kleiner dan 50 m2) en wordt nader omschreven als een één kamerappartement met een eigen adres. 2.3.2 Detailhandel In de publicatie 317 met de geactualiseerde landelijke parkeerkencijfers vanuit het CROW is de categorie ‘Showroom’ komen te vervallen. Hier is ook geen vergelijkbare categorie in de landelijke kencijfers voor in de plaats gekomen. Gelet op de wens om deze categorie wel in de Parkeernormennota van de gemeente Duiven op te nemen, is gekozen om de parkeernormen uit de CROW publicatie 182 over te nemen in de parkeernormennota. Toelichting: Binnen deze categorie wordt een groot aantal functies onderscheiden. Waar nodig wordt een korte toelichting op de functie gegeven. Groothandel in levensmiddelen Een groothandel in levensmiddelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad. Bekende ketens zijn Makro, HANOS en Sligro. Hoofdwinkelcentrum Het hoofdwinkelcentrum kent door de aanwezigheid van meerdere winkels een andere voorzieningen een centrumfunctie (centrale winkelgebied). Bruin- en witgoedzaken Het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen die vaak gevestigd zijn in gebieden die aan de rand van de gemeente liggen of op bedrijventerreinen gevestigd zijn. Winkelboulevard Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema). Outletcentrum Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m² bvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels Tuincentrum (inclusief buitenruimte) Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). Woonwarenhuis Het betreft grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment voeren met betrekking tot het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Voorbeelden van dergelijke woonwinkels zijn Kwantum, Profijtmeubel, Trendhopper en Leen Bakker. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens worden deze normen ook gebruikt voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. 2.3.3 Bedrijven Het komt vaak voor dat een bedrijf over meerdere functies beschikt. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is de dominante functie bepalend. Alleen als de functies gelijkwaardig zijn, dan dient de parkeerbehoefte te worden berekend naar evenredigheid van de functionaliteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een autobedrijf. De functies ‘showroom’ en ‘garage’ zijn even sterk aanwezig. Toelichting: Binnen de categorie ‘bedrijven’ worden de volgende functies onderscheiden: Kantoor (zonder baliefunctie): administratief en zakelijk werk, bijvoorbeeld callcenters, verzekeringskantoren. Commerciële dienstverlening (kantoren met een baliefunctie): dienstverlening met veel zakelijk of privé bezoek, consultants, advocatenkantoren, makelaars, (zakelijke) banken, overheidsgebouwen, uitzendbureaus. Bedrijf arbeidsintensief/bezoekers extensief: industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers). Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekers extensief: loodsen, opslag of transportbedrijven (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers). Bedrijfsverzamelgebouw: mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven. Het aandeel bezoekers staat voor het percentage of aantal bezoekers waarmee in de parkeernorm rekening is gehouden. De weergegeven parkeernorm is dus inclusief bezoekersparkeren. 2.3.4 Cultuur Toelichting: Filmtheater/filmhuis: een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) live theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. 100 zitplaatsen is 840 m² bvo. 2.3.5 Sport Toelichting: Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke. Fitnessstudio/sportschool: met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten. Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (groter dan 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. Grootschalige sportvoorzieningen: hierbij zijn meestal voorzieningen als bar/restaurant bij aanwezig. Als deze faciliteiten alleen functiegericht zijn wordt ervan uitgegaan dat deze voorzieningen geen extra parkeervraag opleveren. Deze voorzieningen worden daarom niet meegeteld in de parkeerbehoefte, ook niet als restaurant. Als het wel zelfstandig functionerende functies zijn, wordt wel een parkeernorm berekend. 2.3.6 Ontspanning Toelichting: Indoorspeeltuin/kinderspeelhal: dit zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m² bvo tot 3.500 m² bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die beduidend groter zijn, zoals Speelstad Oranje en Kidzcity in Utrecht, met respectievelijk een grootte van 11.500 m² bvo en 5.000 m² bvo. 2.3.7 Horeca De basis voor de parkeernormen bij restaurants komt uit het Duivens verkeers- en vervoersplan (DVVP). In het DVVP zijn parkeernormen opgenomen, ook voor restaurants. Uit ervaringen bij de gemeente Duiven blijkt dat deze parkeernorm beter aansluit bij de situatie in de gemeente Duiven. Indien wordt uitgegaan van de parkeerkencijfers uit de CROW-publicatie 317, dan leidt dit tot een overschatting van de parkeervraag. In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In de gemeente Duiven zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie. Dit sluit het beste aan op de praktijk binnen de gemeente. Toelichting: Terrassen maken onderdeel uit van de aanpalende horeca. Veelal zullen het terras en de inpandige horeca als communicerende vaten op elkaar werken. Uit dat oogpunt wordt een terras niet meegerekend voor zo ver het aantal m² van dat terras kleiner is dan het bvo van het verblijfsgedeelte van de inpandige horecavoorziening. De normering voor het meerdere is gelijk aan die van de aanpalende horeca. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m² bvo met een terras van 200 m² moet dus voor 150 m² extra parkeerplaatsen maken. Belangrijk is dat de terrasvergunning gelijktijdig wordt getoetst met de omgevingsvergunning. Café / bar: zoals café, bar, bierhuis, biljartcentrum, proeflokaal Cafetaria: zoals automatiek, broodjeszaak, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, snackbar, tearoom, traiteur en bezorg- of afhaalservice. Restaurant: zoals een bistro, brasserie, restaurant en eetcafé. Dit is exclusief hotelfuncties (Indien sprake is van een gecombineerde functie met hotel geldt 50% van deze norm). 2.3.8 Gezondheid en voorzieningen Toelichting: Gezondheidscentrum: een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau. 2.3.9 Onderwijs Toelichting: De parkeernormen voor basisonderwijs en kinderdagverblijf zijn alleen voor personeel dus exclusief de parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen, wat de grootste parkeerdruk met zich meebrengt. Voor de berekening van deze parkeerbehoefte voor deze functies is een specifieke uitwerking nodig, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal leerlingen per groep, het percentage leerlingen dat met de auto komt, de parkeerduur en het aantal kinderen per auto. Het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het halen en brengen van kinderen bepalen is als volgt te bepalen: Voor de groepen 1 t/m 3: aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,5 x 0,75 Voor de groepen 4 t/m 8: aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,25 x 0,85 Kinderdagverblijf: aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,25 x 0,75 De laatste 2 factoren staan voor een reductiefactor voor de parkeerduur en het aantal mensen in de auto. Het percentage leerlingen dat wordt gebracht en gehaald is afhankelijk van de stedelijkheid en de gemiddelde afstand naar school. Het gemiddelde percentage ligt tussen: Groepen 1 t/m 3: 30 - 60 % Groepen 4 t/m 8: 50 - 80% Kinderdagverblijf: 50 - 80% Het toepassen van gemiddelde percentages en reductiefactoren levert slechts een indicatie van de parkeerbehoefte voor het halen en brengen op. Omdat in de praktijk van de gemeente Duiven diverse schoolsituaties voorkomen, moet er altijd maatwerk per school worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel