Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 10

Privaatrechtelijke rechtshandelingen

Onderdeel van ALGEMEEN MANDAATBESLUIT 2018

1.. Aan de concerndirecteuren wordt opgedragen het namens het college: besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover hierbij geen gemeentelijke middelen worden aangewend; besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover daarbij wel gemeentelijke middelen worden aangewend, tot een maximumwaarde in geld uitgedrukt van € 50.000,--; besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen, voor zover daarbij gemeentelijke middelen worden aangewend, tot een hogere tegenwaarde dan € 50.000,--, mits het routine-investeringen betreft die in de gemeentebegroting opgenomen zijn; besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen tot een hogere tegenwaarde dan € 50.000,-- en indien de raad bij eerdere besluitvorming hiervoor de bestemming en de aanwending heeft aangegeven. 2.. Besluiten tot lease zijn uitgezonderd van dit mandaat. 3.. De concerndirecteuren wordt de bevoegdheid gegeven per directie budgethouderslijsten vast te stellen, waarbij de volgende uitgangspunten leidend zijn: privaatrechtelijk handelen tot een bedrag van € 2.500,-- op medewerkersniveau; privaatrechtelijk handelen tot een bedrag van € 12.000,-- op teamleiders-/projectleidersniveau; privaatrechtelijk handelen tot een bedrag van € 25.000,-- op afdelingshoofdenniveau; privaatrechtelijk handelen tot een bedrag van € 37.500,-- op divisiemanagersniveau; privaatrechtelijk handelen tot een bedrag van € 50.000,-- op directeursniveau. 4.. Bij ondermandaat kunnen de concerndirecteuren indien noodzakelijk afwijken van deze uitgangspunten. In dit mandaatbesluit blijft een € 50.000,-- grens voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen gelden. Het gaat dan om die overeenkomsten waarbij financiële uitgaven worden gedaan in het kader van de dagelijkse uitoefening van taken van een directie. Expliciet is aangegeven, dat indien de gemeente een rechtshandeling aangaat waarbij de contractpartner een hoger bedrag dan het normbedrag dient te betalen (en de gemeente de ‘geldontvangende’ partij is), de grens niet van toepassing is. In het kader van bedrijfsmatig werken is dit een noodzakelijke aanpassing om de slagvaardigheid en handelingssnelheid te verbeteren. Voor onderdelen waarbij vanuit bedrijfsmatig oogpunt dit mandaatbesluit te weinig armslag biedt, kan middels het directiemandaat een meeromvattende regeling aan het college voorgesteld worden. Aan de bepaling dat er routine-investering met een hogere tegenwaarde dan € 50.000,-- door concerndirecteuren gedaan mogen worden is toegevoegd dat deze uitgaven dan in de gemeentebegroting gedekt dienen te zijn. Verder zijn ook bij dit artikel de bepalingen van de artikelen 2 en 3 onverkort van kracht. Met name voor dit mandaat wordt van de concerndirecteur aandacht gevraagd voor de opschalingplicht richting portefeuillehouder en/ of college als het politiek gevoelige besluiten betreft. Aan de concerndirecteuren wordt de bevoegdheid gegeven om budgethouderslijsten per directie vast te stellen. Daarin worden de budgethouders aangewezen. Tevens dient daarbij te worden aangegeven tot welk bedrag zij handelings- en tekenbevoegd zijn. De in dit artikel genoemde bedragen dienen daarvoor als leidraad; zij komen eenduidig handelen binnen de gehele gemeentelijke organisatie ten goede. Slechts in bijzondere gevallen kan de concerndirecteur in het ondermandaatbesluit voor een directie afwijken van deze normbedragen. Wellicht ten overvloede vermelden wij hier nog dat in het Organisatiebesluit 2014 in artikel 10 bepalingen over Budgettoedeling en bevoegdheden voor budgetten zijn opgenomen. Zo is daarin bepaald dat het college de gemeentesecretaris en de concerndirecteuren mandaat geeft om de gemeentebegroting uit te voeren. Ook is daarin aangegeven, dat het college hen de bijbehorende budgetten en investeringskredieten ter beschikking stelt. De afspraken rond het vaststellen van de begroting zijn: de raad stelt de begroting vast op programmaniveau, het college op deelprogrammaniveau en de gemeentesecretaris en concerndirecteuren op directieniveau.

Rechtspraak bij dit artikel