**1..** Aan de gemeentesecretaris en de concerndirecteuren wordt opgedragen het (besluiten tot het) voeren van verweer in bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en civielrechtelijke procedures.
**2..** Hun wordt daarbij de bevoegdheid verleend tot het verrichten van alle, het belang van de gemeente dienende proceshandelingen, inclusief de eis in reconventie bij een kort geding.
**3..** Tevens wordt opgedragen het (besluiten tot het) doen van aangifte bij jegens de gemeente veroorzaakte schade en het desgewenst voegen in eventuele (straf)procedures.
**4..** Aan hen wordt opgedragen het (besluiten tot het) overgaan tot mediation.
In dit artikel wordt het voeren van procedures opgedragen, voor zover de gemeente of een gemeentelijk orgaan in een geding is geroepen. Het betreft daarmee de vertegenwoordigingsbevoegdheid in ruime zin, zoals het (besluiten tot) schriftelijk voeren van verweer, verzoeken om uitstel, versnelde behandeling, de vertegenwoordiging ter zitting, incidenteel appèl, maar ook zaken als schikken, het treffen van dadingen, het overgaan tot mediation etc. Hierbij zij opgemerkt dat de actieve kant van procederen uitdrukkelijk voorbehouden blijft aan het college. Hierop zijn twee uitzonderingen aangebracht. Ten eerste namelijk het doen van een eis in reconventie (tegeneis), als er een kort geding tegen de gemeente aangespannen wordt en indien de tijd ontbreekt voor het college om hierover zelf te beslissen. De tweede uitzondering betreft het mandaat dat aan de gemeentesecretaris separaat is verleend in het Mandaatbesluit Gemeentesecretaris tot het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep (inclusief het instellen van overige rechtsmiddelen) in alle voorkomende administratiefrechtelijke procedures, alsmede het toepassen van alle mogelijke administratiefrechtelijke proceshandelingen. Dit mandaat is eveneens alleen verstrekt voor uitzonderingsgevallen, waarin het college of de burgemeester bijvoorbeeld vanwege tijdgebrek niet in staat is zelf hierover te beslissen.
Verder zijn ook bij dit artikel de bepalingen van de artikelen 2 en 3 onverkort van kracht.