**1..** Waar in een mandaatbesluit de uitvoering van bepaalde regelingen wordt opgedragen, wordt deze opgedragen in de ruimste zin des woords, voor zover niet in strijd met enige wettelijke of gemeentelijke bepaling.
**2..** Onder uitvoering van een regeling wordt daarom verstaan het nemen van besluiten, met inbegrip van onder andere:
het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen
het beslissen op verzoeken om schadevergoeding (w.o. zelfstandige en onzelfstandige schadebesluiten);
besluiten betreffende de toepassing van een openbare voorbereidingsprocedure o.g.v. de Algemene wet bestuursrecht;
het voeren van correspondentie in het kader van de uitoefening van de opgedragen bevoegdheden;
het voeren van verhaals- en incassoprocedures;
het doen van aangifte van strafbare feiten.
De gemeente Groningen kent een ruim systeem van mandatering. Uitgangspunt is dat bevoegdheden ter uitvoering van de dagelijkse taak in algemene zin worden opgedragen, steeds weer onder volledige verantwoordelijkheid van de betreffende bestuursorganen.
Voor alle duidelijkheid: in dit artikel is een niet-limitatieve lijst met bevoegdheden opgenomen. Het reguliere beslissen op aanvragen en verzoeken is vanzelfsprekend begrepen onder hetgeen in de eerste zin van dit artikel is geformuleerd.
Voor correspondentie geldt dat dit de briefwisseling betreft die direct te maken heeft met de opgedragen taken. Brieven die gericht zijn aan burgemeester of wethouder en een persoonlijk karakter dragen of een persoonlijke afhandeling vragen worden hier niet onder begrepen (zie artikel 2, lid 2 sub e).
In lid 2, sub e is de bevoegdheid tot het doen van aangifte genoemd, bij strafbaar gestelde overtredingen genoemd in de regelgeving. Op basis van artikel 161 Wetboek van strafvordering is ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit bevoegd daarvan aangifte of klacht te doen. Met de bepaling in dit subonderdeel kan de concerndirecteur uit hoofde van zijn functie aangifte doen van strafbare feiten die betrekking hebben op de regelgeving die de gemeente uitvoert.
De bepalingen van artikel 2 en 3 zijn onverkort van kracht op dit artikel.