De werkgever stelt de medewerker in de gelegenheid om vakantieverlof, dat resteert vanwege toepassing artikel 6 van deze regeling, in het kalenderjaar volgend waarop het is ontstaan op te nemen.
Wanneer de medewerker hier geen gebruik van maakt dan wordt toepassing gegeven aan de artikelen 6:2a en 6:2b van de CAR-UWO. Dit betekent dat het niet opgenomen vakantieverlof kan vervallen of verjaren.