Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.7

De subsidievaststelling

Onderdeel van Algemene subsidieverordening (9.16)

1.. Het college stelt, op basis van de in het vijfde lid van dit artikel genoemde stukken, binnen twaalf weken na de aanvraag van de subsidieontvanger tot vaststelling van de subsidie, de subsidie vast. 2.. Bij de aanvraag tot vaststelling van een structurele subsidie verstrekt de subsidieontvanger vóór 1 april van het jaar, volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, de hiervoor noodzakelijke gegevens. Het college kan de subsidieontvanger in bijzondere gevallen uitstel verlenen tot uiterlijk 1 juni van het onder a bedoelde jaar voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling. Het verzoek om uitstel dient voor 1 april van het onder a bedoelde jaar bij het college te worden ingediend. 3.. Bij de aanvraag tot vaststelling van een eenmalige subsidie verstrekt de subsidieontvanger binnen twaalf weken na het verstrijken van de subsidieperiode waarvoor de subsidie moet worden vastgesteld, de hiervoor noodzakelijke gegevens. 4.. Wanneer binnen de gestelde termijn, genoemd in tweede en derde lid van dit artikel, van de subsidieontvanger geen aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen, kan de subsidie ambtshalve op een bedrag van € 0,00 worden vastgesteld. 5.. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling zijn de volgende gegevens noodzakelijk: een inhoudelijk verslag van de verrichte activiteiten over de afgelopen subsidieperiode, waarbij door de subsidieontvanger tevens een vergelijking wordt gemaakt tussen de beoogde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting wordt gegeven op de verschillen; een financieel verslag van de afgelopen subsidieperiode, bestaande uit: een exploitatieoverzicht van de baten en lasten; een balans op de laatste dag van de subsidieperiode; een toelichting op het exploitatieoverzicht en de balans; een schriftelijke verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van het financieel verslag indien de subsidie € 25.000,00 of meer bedraagt. 6.. Bij de aanvraag tot vaststelling van een eenmalige subsidie hoeft geen balans op de laatste dag van de subsidieperiode en een toelichting hierop als genoemd in het vijfde lid, onder b, van dit artikel te worden overgelegd. 7.. In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel stelt het college de waarderingssubsidie vast overeenkomstig artikel 4:43 van de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel