1. Aan het bestuur komen alle bevoegdheden toe die aan de Regeling zijn opgedragen.
2. Het bestuur kan de voorzitter, of één of meer leden bevoegdheden toekennen.
3. Het bestuur kan aan de directeur bevoegdheden overdragen met uitzondering van:
a. het vaststellen, dan wel wijzigen van de begroting;
b. het vaststellen van de jaarrekening;
c. het vaststellen van de financiële beheerverordening, de controleverordening en de verordening op het onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, zoals omschreven in de artikelen 212, 213 en 213a van de Gemeentewet;
d. het vaststellen van een organisatiereglement en bijbehorende regels.
Hoofdstuk
Artikel 11
Bevoegdheden bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe