1. Het bestuur wijst uit zijn midden telkens voor de duur van twee jaar een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan, die afwisselend uit een van de colleges van de deelnemers afkomstig is.
2. Als de voorzitter de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de Bedrijfsvoeringsorganisatie aan een ander opdraagt, doet hij daarvan mededeling aan het bestuur.
Hoofdstuk
Artikel 9
De voorzitter van de Bedrijfsvoeringsorganisatie
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe