Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Toetreding, Uittreding en beëindiging

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling subsidiering GGZ voorzieningen

1. Toetreding van een gemeente tot de regeling is mogelijk bij eensluidend besluit van de deelnemende gemeenten en met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar. 2. Het college van een deelnemende gemeenten kan tot uittreding besluiten. 3. Uittreding als bedoeld in het tweede lid, kan alleen met ingang van een nieuw kalenderjaar. 4. Een uittredende gemeente dient dit uiterlijk vóór 1 juli voorafgaande aan het in het tweede lid bedoelde kalenderjaar aan de centrumgemeente en de overige deelnemende gemeenten te melden. 5. Eventuele voor de centrumgemeente en/of voor de gesubsidieerde instellingen ontstane frictiekosten, waaronder de kosten van subsidieafbouw op grond van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, veroorzaakt door en/of verbonden aan de uittreding als bedoeld in het eerste lid, komen voor rekening van de uittredende gemeente(n). 6. De deelnemende gemeenten kunnen gedurende de looptijd van deze regeling slechts op basis van eensluidende besluiten deze regeling wijzigen. 7. Beëindiging van deze regeling kan slechts indien alle deelnemende gemeenten daarmee instemmen. Besluitvorming over beëindiging dient ten minste zes maanden voorafgaand aan de beëindiging te zijn afgerond. 8. De voor de centrumgemeente ontstane kosten, veroorzaakt door en/of verbonden aan de beëindiging als bedoeld in het zesde lid, komen naar rato van inwonertal voor rekening van alle op het moment van beëindiging deelnemende gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel