Naar hoofdinhoud
Deze gedragscode is gebaseerd op de volgende kernwaarden: Dienstbaarheid Het handelen van een raadslid is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken. Functionaliteit Het handelen van een raadslid heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur. Onafhankelijkheid Het raadslid moet zich vrij voelen om in de kwesties te beslissen waarin zijn of haar oordeel wordt gevraagd. Het handelen van een raadslid wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Een raadslid is zich bewust van verlengd eigenbelang: (de indruk van) bevoordeling van mensen uit de directe leefomgeving. Openheid Het handelen van een raadslid in relatie tot zijn functie is transparant mede ten aanzien van zijn zakelijke relaties, opdat optimale verantwoording mogelijk is. Betrouwbaarheid Op een raadslid moet men kunnen rekenen. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij slechts aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. Zorgvuldigheid en respect Het handelen van een raadslid is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Dit respectvol handelen geldt ook binnen de gemeente, jegens collega-raadsleden, collegeleden en leden van de organisatie met inachtneming van ieders rol. Een raadslid is zich er van bewust dat zijn gedrag en uitlatingen in het openbaar, binnen en buiten de gemeente en via diverse (sociale) media bijdragen aan het beeld dat ontstaat van het bestuursorgaan waar hij deel van uitmaakt en van de gemeente in het algemeen. Verantwoordelijkheid Het handelen van het raadslid geeft er blijk van dat hij zich bewust is van het openbare karakter van de functie. Handelingen en uitlatingen bepalen mede het beeld dat de samenleving heeft van de gemeenteraad. Duidelijkheid bij onderscheid belangenbehartiging en besluitvorming In de voorbereiding van een raadsbesluit heeft een raadslid ook een belangenbehartigingsfunctie voor burgers. Het adviseren van burgers in dit stadium past binnen de uitoefening van het raadslidmaatschap. Als lid van de gemeenteraad wordt het raadslid geacht op het moment van de besluitvorming te handelen in het algemeen belang en zonder last, uiteraard binnen de eigen politieke kaders. Het is te allen tijde ongewenst dat een raadslid als belangenbehartiger of adviseur van de tegenpartij optreedt in geschillen tegen de gemeenteraad of de gemeente (ook gelet op het eventueel beschikken over niet-openbare informatie). Dit laat onverlet de controlerende bevoegdheden en taken van de raad, die elk raadslid in deze fase ter beschikking staan. Het is eveneens te allen tijde ongewenst dat een voormalig raadslid als belangenbehartiger of adviseur van de tegenpartij optreedt in geschillen tegen de gemeenteraad of de gemeente als hij/zij op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de totstandkoming van het bestreden besluit. Betreft het genomen besluiten van andere bestuursorganen van de gemeente, dan past het het raadslid slechts gebruik te maken van de controlerende bevoegdheid die hem als raadslid ten dienste is gesteld. Aandacht verdient in dit verband een prudente omgang met niet-openbare, voor burgers moeilijk toegankelijke stukken, waarop geheimhouding is opgelegd. Deze laatste categorie valt onder een behandelingsregime dat in artikel 25 van de Gemeentewet is vastgelegd. Artikel 25 van de Gemeentewet betreft de geheimhouding van informatie op basis van een belang, dat weer wordt genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur. In dat artikel wordt aangegeven op welke gronden openbaarmaking moet worden afgewezen. Het gaat dan om zaken als de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, financiële belangen van de gemeente of bedrijfsinformatie van organisaties waarmee de gemeente zaken doet, maar ook de staatsveiligheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel