**1..** Een bestuurder mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het particulier belang van een ander of van een andere organisatie waarbij hij een persoonlijk belang heeft.
**2..** Een bestuurder gaat actief en uit zichzelf belangenverstrengeling en de schijn van belangenverstrengeling tegen.
Artikel 3.1
Voorkomen van belangenverstrengeling
Onderdeel van GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BESTUURDERS DE BILT 2018