**1..** Een budgetsubsidie wordt jaarlijks door het college aangepast aan eventuele loon- en prijsstijgingen.
**2..** De loon- en prijscompensatie wordt berekend door het loon- en prijsgevoelige deel van de totale omzet van een instelling te delen door de totale omzet en het resultaat hiervan te vermenigvuldigen met het percentage voor loon- en prijsstijgingen en het subsidiebedrag voor correctie.
**3..** De omvang van de compensatie voor prijsstijgingen is gerelateerd aan de percentages die verwoord staan in de meicirculaire van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor de compensatie prijsstijgingen geldt de indicator netto materiële consumptie (overheidsconsumptie).
**4..** In tegenstelling tot het bepaalde in het derde lid, geldt voor de subsidiejaren 2006 en 2007 een vaste prijscompensatie van 1%.
**5..** De omvang van de compensatie voor loonstijgingen is gerelateerd aan de voor de betreffende instellingen geldende CAO van 1 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.
**6..** In tegenstelling tot het bepaalde in het vierde lid, gelden voor de subsidiejaren 2006 en 2007 de volgende looncompensaties:
Voor structurele loonkosten wordt een vast percentage van 2 % van de loonsom gehanteerd;
Voor anciënniteiten wordt een vast percentage van 1,5 % van de loonsom gehanteerd;
Voor de overige werkgeverslasten wordt uitgegaan van een percentage van 1,5 % van de loonsom.
Voor de subsidiejaren 2006 en 2007 geldt derhalve een vaste looncompensatie van 5%.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Correctie budgetsubsidie op loon- en prijsstijgingen
Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening (9.17)