In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Sport: die vormen van ontspanning, die vaardigheid en krachten vorderen en bevorderen;
Sportvereniging: een lokale instelling, niet zijnde een bedrijfssportorganisatie of jeugdsportorganisatie, die uitsluitend het doel heeft het beoefenen van een of meer van de volgende sporten door leden in clubverband: atletiek, badminton, biljarten, dammen, gymnastiek, handbal, hippische sport, hockey, vechtsporten, kegelen, korfbal, tennis, motorsport, schaaksport, schaatsen, schietsport, tafeltennis, voetbal, volleybal, wandelsport, wielersport en zwemsport;
Jeugdleden: leden van sportverenigingen, die een contributie betalen en die op 1 januari van een bepaalde subsidieperiode minimaal 5 jaar en maximaal 18 jaar zijn.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 10
Artikel 3.26
Definities
Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening (9.17)