**1..** Een projectsubsidie voor het in artikel 4.2, onder m, genoemde terrein (cultuur en kunst) wordt slechts verleend indien het project:
experimenteel, orgineel en vernieuwend van karakter is;
een meerwaarde heeft voor de gemeente Haaksbergen;
een aanvulling of uitbreiding vormt op het reguliere aanbod van activiteiten op het terrein van kunst en cultuur binnen de gemeente Haaksbergen;
breed toegankelijk is;
binnen de gemeente Haaksbergen wordt uitgevoerd;
past binnen de doelstellingen van het door de raad op 6 juli 2005 vastgestelde actieplan cultuur- en kunstbeleid 2005-2010.
**2..** Een projectsubsidie heeft het karakter van een deelbijdrage van ten hoogste 50% van de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de activiteit(en) met een maximum van € 5.062,50 en wordt afgestemd op de financiële bijdragen van derden aan het project.
**3..** Wanneer bij een project aantoonbaar wordt samengewerkt tussen twee of meer Haaksbergse instellingen wordt ten hoogste 65% van de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de activiteit(en) gesubsidieerd met een maximum van € 5.062,50 indien gelijktijdig bij de aanvraag wordt aangegeven waarvoor de 15% extra subsidie wordt gebruikt. De 15% extra subsidie moet gekoppeld zijn aan het project en een duidelijke meerwaarde aantonen voor het project. Per project kan jaarlijks maar één maal gebruik gemaakt worden van de 15% extra subsidie.
**4..** Om voor de in het derde lid bedoelde extra subsidie in aanmerking te komen moeten alle betrokken instellingen bij één project gezamenlijk, door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier culturele subsidie, een aanvraag indienen.
**5..** De instellingen als bedoeld in het derde en vierde lid zijn hoofdelijk aansprakelijk en krijgen een evenredig deel van de subsidie uitbetaald.
**6..** De in dit artikel opgenomen bedragen worden jaarlijks aangepast aan de omvang van de compensatie voor loon- en prijsstijgingen die verwoord staat in de meicirculaire van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor de compensatie voor loonstijgingen geldt de indicator lonen en salarissen (overheidsconsumptie). Voor de compensatie prijsstijgingen geldt de indicator netto materiële consumptie (overheidsconsumptie).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Projectsubsidie voor cultuur en kunst
Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening (9.17)